VS-strijd om AI-dominantie gehinderd door afhankelijkheid van Chinese energietechnologie
3 september 2026
Gebaseerd op berichtgeving van CNBC → — vereenvoudigd & uitgelegd door VAIIYA.
Terwijl Amerikaanse technologiegiganten miljarden investeren in nieuwe datacenters om de stijgende vraag naar kunstmatige intelligentie bij te benen, groeit in Washington de bezorgdheid over een strategische kwetsbaarheid. De hardware voor rekenkracht mag dan voornamelijk Amerikaans zijn, de fysieke infrastructuur om deze datacenters van stroom te voorzien en data te versturen berust voor een groot deel op Chinese componenten.
Afhankelijkheid in de stroomketen
Het vergroten van de Amerikaanse AI-capaciteit vereist een gigantische hoeveelheid energie. Volgens prognoses van S&P Global groeit de Amerikaanse datacentercapaciteit van 62 gigawatt begin 2026 naar 152 gigawatt in 2030. Om deze faciliteiten operationeel te houden, zijn transformatoren, schakelapparatuur (switchgear) en opslagbatterijen essentieel.
Analisten wijzen erop dat China een aanzienlijk marktaandeel heeft in deze fysieke infrastructuur. Zo is bijna 30 procent van bepaalde categorieën transformatoren en schakelinstallaties afkomstig uit China, evenals meer dan 40 procent van de Amerikaanse batterij-importen. Ook op het gebied van optische transceivers — technologie die data via glasvezel verzendt — domineren Chinese bedrijven zoals Zhongji Innolight en Eoptolink, die samen ongeveer tweederde van de wereldwijde levering verzorgen.
Politieke ingrepen uit Washington
De Amerikaanse overheid ziet deze afhankelijkheid toenemend als een risico voor de nationale veiligheid. President Donald Trump vaardigde recent een decreet uit waarin een nationale noodtoestand werd uitgeroepen rondom buitenlandse apparatuur voor het elektriciteitsnet. Dit besluit geeft het Amerikaanse Departement van Energie de bevoegdheid om transacties met buitenlandse netwerkcomponenten te beperken of te verbieden.
Daarnaast zette telecomwaakhond FCC recent buitenlandse omvormers op de zwarte lijst, en er worden voorbereidingen getroffen voor een mogelijke importban op Chinese optische transceivers. Washington wil voorkomen dat cruciale AI-infrastructuur afhankelijk wordt van Chinese apparatuur, een situatie die vergelijkbaar is met de eerdere discussies rondom Chinese 5G-netwerkapparatuur.
Schaarste en capaciteitsproblemen
Het opzetten van alternatieve toeleveringsketens blijkt in de praktijk echter complex. Hoewel westerse fabrikanten zoals Hitachi Energy en Siemens Energy miljarden investeren in Amerikaanse productiefaciliteiten, en bedrijven als Lumentum en Coherent kapitaal ontvangen van onder meer Nvidia, is de capaciteit op korte termijn ontoereikend.
Volgens onderzoeksbureau Counterpoint ontbreekt het westerse spelers aan de benodigde schaal, geautomatiseerde verpakkingsinfrastructuur en cleanrooms om het Chinese volume binnen 12 tot 24 maanden op te vangen. Marktanalisten van Wood Mackenzie waarschuwen dat er nu al een tekort van circa 15 procent is aan zware transformatoren. Aanvullende restricties op Chinese apparatuur zullen de doorlooptijden waarschijnlijk verder verlengen en de kosten voor de bouw van AI-datacenters aanzienlijk opdrijven.